K & D Accountants
Charles Stulemeijerweg 7
5026 RS Tilburg
T 013 4550935
E info@kdaccountants.nl
BTW NL 8592.259.14.B01
K & D Accountants
Charles Stulemeijerweg 7
5026 RS Tilburg
T 013 4550935
E info@kdaccountants.nl
BTW NL 8592.259.14.B01
Als uw B.V. in de betalingsproblemen raakt, is het verstandig om tijdig een melding van betalingsonmacht in te dienen bij de Belastingdienst. Graag informeren wij u wanneer deze melding nu precies gedaan moet worden.
Bestuurdersaansprakelijkheid.
Het tijdig melden van betalingsonmacht is van groot belang voor een mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid. Bij het niet of te laat melden van de betalingsonmacht bij de Belastingdienst, moet u als bestuurder eerst bewijzen dat dit niet aan u te wijten is. Pas als dat lukt, kunt u nog proberen te bewijzen dat er geen sprake is van onbehoorlijk bestuur. In de praktijk lukt dat bijna nooit.
Bewijslast.
Bij een tijdige melding zal echter de Belastingdienst de zwaarste bewijslast dragen. Zij moeten dan aantonen dat het aan uw onbehoorlijke bestuur te wijten is dat de verschuldigde belasting niet op tijd is betaald. Dit blijkt in de praktijk vaak lastig te bewijzen.
Termijn melding betalingsonmacht.
Een melding van betalingsonmacht is tijdig als deze uiterlijk binnen twee weken na de dag waarop de verschuldigde belasting behoorde te zijn betaald, is gedaan.
Btw en loonheffing.
Voor aangiftebelastingen, zoals btw en loonheffing, geldt dat deze binnen één maand na het tijdvak waarop ze betrekking hebben, moeten worden aangegeven en afgedragen. U heeft in beginsel na deze maand nog twee weken voor het melden van de betalingsonmacht.
Vennootschapsbelasting.
Voor aanslagbelastingen, zoals de vennootschapsbelasting, ligt dit anders. Deze worden na de aangifte via een aanslag verschuldigd. Zodoende kan twee weken na het moment dat de aanslag moest worden betaald, de betalingsonmacht worden gemeld.
Veel eerder melden.
Deze termijn van twee weken kan echter ook veel eerder al zijn gestart. Als u namelijk als bestuurder van de B.V. al bekend was met het bestaan van een forse fiscale schuld, dan kan het zijn dat u al veel eerder de betalingsonmacht had moeten melden. Dit speelt bijvoorbeeld bij oude btw-schulden die nog op de balans staan vermeld, maar niet zijn opgenomen in de aangiften en dus niet zijn voldaan. Als hiervoor door de Belastingdienst naheffingsaanslagen worden opgelegd, dan zou men verwachten dat hiervoor nog een melding betalingsonmacht kan plaatsvinden. Uiteraard binnen twee weken na de dagtekening van deze aanslagen.
Let op. Uit rechtspraak blijkt echter dat indien u als bestuurder al langer op de hoogte was van deze flinke belastingschulden, de melding van betalingsonmacht veel eerder had moeten plaatsvinden (ECLI:NL:GHDHA:2014:3480). De melding had direct na het indienen van de btw-aangiften moeten worden gedaan en niet pas na het opleggen van de naheffingsaanslagen.
Aandachtspunten
-Niet steeds opnieuw.
Als u eenmaal de betalingsonmacht van de B.V. gemeld heeft, hoeft u niet voor iedere nieuwe belastingschuld opnieuw te melden.
Tip. Het is zelfs zo dat als de eerste melding te laat is gedaan, deze toch rechtskracht heeft voor belastingschulden die daarna ontstaan.
-Einde status onmacht.
De status van betalingsonmacht kan uiteraard ook weer eindigen. Dit is het geval als de Belastingdienst schriftelijk aan uw B.V. meldt dat de betalingsonmacht niet langer aanwezig wordt geacht, bijvoorbeeld omdat uw onderneming weer is begonnen met betalen. In dat geval moet er bij een nieuwe betalingsonmacht om te betalen, ook opnieuw melding bij de Belastingdienst worden gedaan.
Een melding van betalingsonmacht is tijdig als deze uiterlijk binnen twee weken na de dag waarop de verschuldigde belasting behoorde te zijn betaald, is gedaan. Bewaar bewijsstukken waarmee u kunt aantonen dat de melding heeft plaatsgevonden.
Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-4550935.
Als dga moet u jaarlijks een gebruikelijk loon aan uw BV onttrekken. Dit is vaak zwaarder belast dan dividend in box 2. Daarom is het van belang dit gebruikelijk loon zo laag mogelijk te houden. Hoe kan dat en wat scheelt het per saldo?
Gebruikelijkloonregeling
Anders dan veelal gedacht wordt, bedraagt het gebruikelijk loon in 2022 niet standaard € 48.000. Het gebruikelijk loon moet namelijk worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw BV, indien één van deze bedragen meer is dan € 48.000. Let op. Alleen als het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 48.000, wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag. U met dit dan wel aantonen.
Niet standaard € 48.000
Een gebruikelijk loon van € 48.000 is dus lang niet altijd voldoende en eerder bedoeld als minimum. Let op. Ga hiermee dus niet de fout in, want op correcties achteraf, inclusief rente en wellicht zelfs een boete, zitten u en uw BV natuurlijk niet te wachten. Een gebruikelijk loon van deze omvang is eigenlijk alleen verdedigbaar als u voor een dergelijk brutosalaris in een soortgelijk dienstverband aan de slag zou gaan.
Gebruikelijk loon beperkt houden
Bijtelling auto in mindering
Een van de manieren om uw gebruikelijk loon te verminderen, is via de auto van de zaak. U mag namelijk de fiscale bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak op uw gebruikelijk loon in mindering brengen. Een auto met een cataloguswaarde van bijv. € 80.000 en een bijtelling van 22%, betekent dus dat u jaarlijks € 17.600 (€ 80.000 x 22%) minder aan gebruikelijk loon hoeft op te nemen.
Kostenvergoedingen in mindering
Ook kostenvergoedingen kunt u in mindering brengen op het gebruikelijk loon, op voorwaarde dat deze individualiseerbaar zijn. Het is niet van belang of de kostenvergoedingen belast of onbelast zijn. Denk bijv. aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of congresbezoek of aan een belaste vergoeding voor representatieve kleding.
Beperk loon meestverdiener
Wellicht heeft uw BV behoefte aan één of enkele werknemers die fors meer verdienen dan u, waardoor u aannemelijk moet maken dat uw gebruikelijk loon lager ligt. U kunt dan in overleg de optie onderzoeken om deze mensen als zzp’er in te huren in plaats van in dienst te nemen. U moet er dan wel van uitgaan dat ze niet alleen voor uw BV gaan werken. Let op. Zorg ook voor een modelovereenkomst, zodat uw BV achteraf niet met naheffingen geconfronteerd wordt.
Toch meer inkomen nodig?
Heeft u uw gebruikelijk loon binnen de wettelijke mogelijkheden kunnen verlagen, maar heeft u toch meer inkomen nodig, maak dan liever gebruik van de werkkostenregeling of keer dividend uit, in plaats van bijv. een belaste bonus.
Gebruik werkkostenregeling
Binnen de werkkostenregeling moet u er wel rekening mee houden dat de uitkering voldoet aan de gebruikelijkheidstoets, dus maak het niet te bont. Uitkeringen tot € 2.400 per jaar zijn echter sowieso toegestaan en dat geldt ook voor uw partner indien deze op de loonlijst staat.
Keer dividend uit
Ook dividend is fiscaal veelal een stuk ‘goedkoper’ dan extra salaris in box 1, zelfs als uw BV een vennootschapsbelastingtarief van 25,8% zou kennen. De belastingdruk op dividend bedraagt dan immers nog steeds maar 45,76%, tegen een toptarief in box 1 van 49,5%. Betaalt uw BV maar 15% vennootschapsbelasting, dan bedraagt de belastingdruk zelfs maar 37,87%.
Het loont vaak om uw gebruikelijk loon laag te houden. Vergeet dus niet de fiscale bijtelling voor uw auto van de zaak en kostenvergoedingen, belast en onbelast, erop in aftrek te brengen. Onthoud verder dat de werkkostenregeling en dividend in de regel fiscaal een stuk voordeliger zijn dan salaris.
Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-4550935.
De vakantie komt eraan en dus trekken velen van ons er weer op uit. Heeft u of uw werknemer (of dga) een auto van de zaak? Hoe zit het dan met de bijtelling als u deze voor de vakantie gebruikt of deze tijdelijk inwisselt voor een andere?
Van e-auto naar brandstof?
Als we op vakantie gaan, gebruiken we daarvoor nog steeds vaak de auto. Voor degenen met een auto van zaak is het wel van belang hoe het dan zit met de bijtelling, bijv. als u alleen voor uw vakantie privékilometers maakt of tijdens uw vakantie uw elektrische auto omwisselt voor een gewone brandstofauto.
Alleen privégebruik tijdens vakantie?
Als u de beschikking heeft over een auto van de zaak, krijgt u met de bijtelling te maken als u meer dan 500 kilometer privé rijdt.
Let op. Gebruikt u de auto alleen in de vakantie privé, dan is het dus oppassen geblazen. Veel verder dan Nederland zult u immers niet komen zonder de grens van 500 kilometer, ofwel 250 kilometer enkele reis, te overschrijden. Schiet u over deze grens heen, dan betaalt u dus de bijtelling over het hele jaar!
Twee auto’s.
Misschien heeft uw werknemer de beschikking over een auto die niet erg geschikt is voor zijn vakantie en krijgt hij u zo gek dat u voor de vakantiemaanden een andere ter beschikking stelt. In dat geval krijgt hij voor beide auto’s met de bijtelling te maken, want beide auto’s staan ter beschikking. Voor de oorspronkelijk ter beschikking gestelde auto zal de bijtelling gelden voor het hele jaar, ervan uitgaande dat deze het hele jaar ter beschikking staat en voor de tweede auto alleen voor de maanden dat deze ter beschikking staat, dus de vakantiemaanden.
Ontkomen?
De werknemer ontkomt alleen aan de bijtelling als hij per auto niet meer dan 500 kilometer privé rijdt, omgerekend naar een vol jaar. Staat een vakantieauto dus maar één maand ter beschikking, dan ontkomt de werknemer aan de bijtelling voor die ene maand als hij de auto niet meer dan 1 / 12 x 500 km = 41 km privé gebruikt.
Vervangende auto.
Als er tijdens de vakantie van een vervangende auto gebruik wordt gemaakt, geldt voor beide auto’s de bijtelling over de periode waarop de auto’s ter beschikking staan. Dit is alleen niet zo als er met beide auto’s samen niet meer dan 500 kilometer in het jaar privé wordt gereden. Daarbij moet de auto die tijdens de vakantie niet wordt gebruikt, ook daadwerkelijk niet meer ter beschikking staan, bijv. doordat de sleutels en papieren worden ingeleverd. Zo niet, dan staat de auto nog steeds ter beschikking en geldt dus nog gewoon de volle bijtelling.
Alleen auto voor vakantie?
Staat alleen voor de vakantie een auto ter beschikking, dan geldt alleen voor deze periode de bijtelling. Ook nu geldt dat dit alleen niet zo is als er met de auto niet meer dan 500 kilometer privé op jaarbasis wordt gereden. Staat de auto maar één maand ter beschikking, dan is dit dus omgerekend weer maximaal 41 kilometer.
Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-4550935.
Op 14 april 2022 informeerde Minister Kaag van Financiën de Tweede Kamer dat het Bureau Economische Handhaving (BEH) van de Belastingdienst gaat beginnen met de handhaving van organisaties die nog niet hebben voldaan aan de registratieplicht in het UBO-register.
Hierbij geeft de Kamer van Koophandel de gegevens van organisaties door aan het BEH, waarvan diens uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) na 27 maart 2022 nog niet, niet juist of niet volledig zijn doorgegeven. Hierna neemt het BEH via een brief of telefonisch contact op met de organisaties, waarbij zij de organisaties herinnert aan de ontbrekende gegevens. Indien de UBO’s dan binnen 2 weken op een juiste manier worden geregistreerd, wordt er geen boete opgelegd. Echter, indien er niet binnen 2 weken een juiste of volledige inschrijving in het UBO-register heeft plaatsgevonden, kan de BEH hiervoor een boete of dwangsom opleggen. De boete bedraagt maximaal € 22.500. Er geldt geen maximumbedrag voor een dwangsom.
Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-4550935.
De mogelijkheid om bijzonder uitstel van betaling vanwege corona te krijgen, is beëindigd. U moet als ondernemer dus weer gewoon direct aan uw fiscale verplichtingen voldoen. Maar hoe gaat u om met de opgebouwde coronabelastingschuld?
Einde coronasteunmaatregelen
Weer direct voldoen
Sinds 1 april 2022 bestaat er geen bijzondere regeling meer voor uitstel van betaling van belastingschulden vanwege de coronacrisis. Dit betekent dat uw onderneming haar fiscale verplichtingen weer direct moet voldoen. Alle belastingen waarvoor u op of na 1 april 2022 aangifte doet, moet u weer op tijd betalen. Ook belastingen waarvan de betaaldatum op of na 1 april 2022 ligt, moet u gewoon op tijd betalen.
Vanaf welke tijdvakken
Doet u op of na 1 april 2022 aangifte over een of meer van de hiernavolgende tijdvakken?
In dat geval zijn dit de tijdvakken waarover u voor het eerst niet alleen op tijd aangifte moest doen, maar ook weer op tijd moest betalen. Het bedrag van een aangifte over de derde vierwekenperiode van 2022 moest uiterlijk 27 april 2022 op de rekening van de Belastingdienst staan. Het bedrag van een aangifte over maart 2022 moest uiterlijk 30 april 2022 zijn gestort. Dat geldt ook voor het bedrag van een aangifte over het eerste kwartaal van 2022.
Afbetalen belastingschulden 60 maanden de tijd
Veel ondernemingen hebben een behoorlijke belastingschuld opgebouwd tijdens de coronacrisis. U krijgt van 1 oktober 2022 tot 1 oktober 2027 de tijd om deze belastingschuld af te betalen.
U betaalt dan elke maand een vast bedrag aan de Belastingdienst.
Let op: De uiterste betaaldatum van de eerste termijn is 31 oktober 2022.
Invorderingsrente
De Belastingdienst rekent wel rente (invorderingsrente) over uw coronabelastingschuld. Om de gevolgen van de coronacrisis te matigen, is deze rente flink verlaagd. Voor de periode van 23 maart 2020 tot en met juni 2022 bedraagt deze namelijk slechts 0,01%.
Daarna wordt deze stapsgewijs verhoogd naar 1% (tot 1 januari 2023) en uiteindelijk 4% (vanaf 1 januari 2024).
Let op: Dit betekent dus dat u reeds voor de start van de afbetalingsregeling invorderingsrente betaalt over uw belastingschuld.
Nu al terugbetalen
Daardoor kan het aantrekkelijk zijn om reeds nu te starten met het aflossen van uw belastingschuld. Betaalt u voor 1 oktober 2022 al een deel van uw belastingschuld terug, dan wordt het maandelijkse bedrag van uw betalingsregeling lager. Betaalt u vanaf de start van de terugbetalingsregeling (dus na 1 oktober 2022) extra terug, dan blijft uw maandbedrag gelijk, maar zal de looptijd van uw regeling korter worden. Dit levert u ook een rentevoordeel op.
Overzicht Belastingdienst
Vanaf begin april verstuurt de Belastingdienst brieven met een overzicht van de tot en met 31 januari 2022 opgebouwde belastingschuld en de voorwaarden van de betalingsregeling. In juli volgt er een brief met de definitieve hoogte van de totale coronaschuld die onder de betalingsregeling valt en het bijbehorende te betalen maandbedrag.
Individuele afspraak maken
Kunt u op dit moment niet aan uw fiscale verplichtingen voldoen of verwacht u dat de betalingsregeling vanaf 1 oktober 2022 niet haalbaar is voor uw onderneming? Neem dan contact op met de Belastingdienst voor het maken van een individuele, specifieke afspraak omtrent de aflossing van uw belastingschuld.
Betaalt u voor 1 oktober 2022 al een deel van uw coronabelastingschuld terug, dan wordt het maandelijkse bedrag van uw betalingsregeling lager. Betaalt u na 1 oktober 2022 extra terug, dan blijft uw maandbedrag gelijk, maar wordt de looptijd van de regeling korter. Beide opties leveren u een rentevoordeel op.
Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-4550935.
Financiële instellingen zullen volgens Europese regelgeving in de toekomst mogelijk verplicht worden het cryptobezit van hun klanten aan de Belastingdienst door te geven.
Automatische uitwisseling gegevens:
Volgens de Common Reporting Standard (CRS) delen de aangesloten landen automatisch financiële gegevens met elkaar. De CRS is opgesteld door de OESO met als hoofddoel het bestrijden van belastingontduiking. De CRS is in Europa geïmplementeerd en uitgewerkt in een EU-richtlijn: The Directive on Administrative Cooperation (DAC). De DAC-richtlijn, waarvan inmiddels de achtste aanvulling (DAC8) aanstaande is, verplicht financiële instellingen als banken om de gegevens van hun gebruikers met de fiscale autoriteiten van hun staat te delen. Met de invoering van DAC8 zal deze verplichting ook gelden voor crypto-exchanges. Als de voorgestelde plannen van de Europese Commissie inderdaad doorgaan, wordt mogelijk het cryptobezit automatisch zichtbaar in de vooraf ingevulde aangifte (VIA), net als het vermogen op bankrekeningen.
Verplichte renseignering
In Nederland zijn volgens de AWR onder meer banken verplicht om gegevens te verstrekken aan de Belastingdienst. Deze gegevens gebruikt de Belastingdienst voor controlebevoegdheden (contra-informatie) en voor het automatisch opstellen van de VIA. Het is de verwachting dat voor crypto-exchanges eenzelfde renseigneringsplicht zal gaan gelden.
Cryptobezit: box 1 of box 3?
Door de implementatie van DAC8 wordt het anoniem houden van cryptovaluta moeilijker. Wordt de cryptovaluta aangehouden bij een crypto-exchange in een lidstaat van de Europese Unie, dan heeft Belastingdienst de mogelijkheid om te controleren of het cryptovermogen en/of de crypto-inkomsten juist en volledig zijn opgegeven in de aangifte IB. Dat roept direct de vraag op hoe wij als uw adviseur de activiteiten van uw klant moet kwalificeren en dan met name of de opbrengsten daaruit in box 1 dan wel box 3 vallen. Als de activiteiten ‘normaal actief vermogensbeheer’ zijn, dan bevinden zij zich in de beleggingssfeer en derhalve belastbaar in box 3. Van een belastbaar resultaat in box 1 is sprake als de werkzaamheden waaruit crypto-opbrengsten voortvloeien, naar hun aard en omvang onmiskenbaar zijn gericht op het behalen van – redelijkerwijs te verwachten – voordelen die het bij normaal actief vermogensbeheer te verwachten rendement te boven gaan.
Voordeelverwachting
Omdat de handel in cryptovaluta in hoge mate speculatief van aard is, is er niet snel sprake van een ‘redelijkerwijs te verwachten’ voordeel. Met andere woorden: het voordeel is niet redelijkerwijs voorzienbaar. Dit wordt anders als de gebruiker zich in een voorsprongpositie bevindt, omdat hij over kennis beschikt die andere marktpartijen niet hebben (informatie-asymmetrie). Te denken valt aan het aanwenden van voorkennis of daarmee gelijk te stellen vormen van kennis. Het hebben van ervaring en deskundigheid is overigens niet gelijk te stellen met voorkennis. Het stelt de gebruiker in staat het voordeel beter in te schatten op basis van de voor alle marktpartijen beschikbare informatie, maar dat maakt het voordeel niet voorzienbaar. Ook het uitvoerig zelf verrichten van arbeid leidt er op zichzelf niet toe dat het voordeel voorzienbaar wordt. Daarvoor is immers vereist dat met het aanwenden van ervaring, kennis en/of deskundigheid in samenhang met de verrichte arbeid de uitkomst van de transactie kan worden beïnvloed (denk bijv. aan het uitponden van panden).
Gegevens in de aangifte
Vanwege het speculatieve karakter valt de handel in cryptovaluta in de meeste gevallen in box 3. Leg daarom vast wat de omvang van het vermogen is op de betreffende peildatum. Leg ook de transactiegeschiedenis periodiek vast. Bij fiscale procedures over cryptovaluta is namelijk het gebrek aan voorhanden zijnde documentatie het grootste probleem.
Ons advies
Als u in cryptovaluta belegt, documenteer dan zo veel mogelijk uw activiteiten.
Dat betreft zowel de omvang van het bezit van cryptovaluta op de peildatum als de transactiegeschiedenis.
Met invoering van DAC8 zullen financiële instellingen verplicht worden het bezit van cryptovaluta van hun klanten aan de Belastingdienst door te geven. De cryptovaluta moet dan op de juiste wijze fiscaal in de aangifte worden verwerkt.
Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-4550935.
In deze tijd dat de energieprijzen de pan uit rijzen, worden nieuwe en lopende contracten met de energieleveranciers steeds belangrijker. Hoe zit dat?
Particulier of ondernemer?
Energieleveranciers bieden particuliere en zakelijke overeenkomsten aan. Bent u zzp’er of zakelijke kleinverbruiker of heeft u een eenmanszaak, dan is een zakelijk contract meestal helemaal niet nodig. Onder voorwaarden zijn de zakelijke energiekosten en de btw sowieso aftrekbaar.
Let op.
Soms biedt men een zakelijk contract aan en zegt men dat de consumentvoorwaarden van toepassing zijn. U moet dan wel zelf even checken wat de verschillen zijn en waarom u dan een zakelijke overeenkomst zou moeten nemen. Als consument bent u namelijk beter beschermd.
Tip. Heeft u een zakelijk contract en onenigheid met de leverancier, dan kunt u het geschil (onder de €50.000) voorleggen aan de Geschillencommissie Energie Zakelijk (https://bit.ly/3CnbUKm). Het besluit van de commissie is bindend.
Tarieven verhogen.
Stel, u heeft een contract dat nog een of enkele jaren loopt en de afgesproken tarieven zijn beduidend lager dan de tarieven van dit moment. Er zijn leveranciers die het contract dan eenzijdig opzeggen en hogere tarieven gaan hanteren. In de media verschijnen tegenstrijdige berichten hierover.
Tip. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) bevestigde onlangs nogmaals dat het niet is toegestaan om vaste tarieven aan te passen. Op de website van de ACM kunt u lezen wat te doen en modelbrieven downloaden ( https://bit.ly/3wPk1yl ). Variabele tarieven worden meestal op 1 januari en 1 juli aangepast, dat hangt van de algemene voorwaarden af.
Contracten stilzwijgend verlengen.
Loopt het contract met een energieleverancier af, dan mag deze het contract stilzwijgend voor onbepaalde tijd verlengen, mits dat in de voorwaarden staat.
Tip. Maar u mag het contract dan wel opzeggen met inachtneming van een maximale opzegtermijn van een maand.
De energieleverancier failliet.
U hoeft zich gelukkig geen zorgen te maken dat de levering plotseling wordt stopgezet als uw leverancier failliet gaat. In het geval van Welkom Energie, dat onlangs failliet ging, werden de klanten door Eneco overgenomen. In zo’n situatie krijgt u een nieuw contract van de overnemende partij. Dat contract kan duurder zijn, maar dit kunt u binnen een maand opzeggen.
Ook voor zzp’ers en zakelijke kleinverbruikers is het aantrekkelijk om een particulier contract af te sluiten. Dat biedt juridisch meer bescherming, zoals opzegmogelijkheden.
Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-4550935.
Interessante subsidie voor kleinere MKB ondernemer
De overheid heeft onlangs de Subsidieregeling Verduurzaming MKB (SVM) in het leven geroepen om MKB ondernemers te helpen hun onderneming te verduurzamen. Dit helpt jou als MKB ondernemer om direct en structureel kosten te besparen en de overheid hun doelen voor het klimaatakkoord te behalen.
Tijdelijk een 100% gesubsidieerd energie-bespaaradvies
Met de SVM subsidie kun je als MKB ondernemer een erkend energieadviseur inhuren voor een 100% gesubsidieerd energie-besparingsadvies op maat t.w.v. € 950,00. Na oplevering van het rapport weet je direct welke concrete energie-besparingskansen er voor jouw bedrijf liggen en hoeveel je met die maatregelen gaat besparen.
Extra subsidie voor hulp bij het uitvoeren van maatregelen
Inzicht in besparingskansen is één, maar hoe krijg je het allemaal uitgevoerd, hoe ontvang ik de subsidie en waar begin je? Ook daarvoor kun je een expert inschakelen die je daarbij helpt en begeleidt. Bang voor de kosten hoef je daarbij niet te zijn, want die begeleiding wordt voor maar liefst 80% gesubsidieerd vanuit de overheid!
Wees er snel bij, want de vraag is groot
De Subsidieregeling loopt van 1 oktober 2021 tot en met 30 september 2022. De algemene verwachting is dat de vraag naar de regeling groot is. Op = op, dus wacht niet te lang en profiteer van deze tijdelijke regeling.
Check binnen 30 seconden of jij in aanmerking komt
LDE Accountants werkt samen met een erkend en gespecialiseerd bedrijf dat al meer dan 10 jaar maatwerk-bespaaronderzoeken uitvoert. Check binnen 30 seconden op hun speciale ingerichte website of jij voor deze subsidieregeling in aanmerking komt.
Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-4550935.
Stel, er wordt weer minder thuisgewerkt. Wat betekent dat nu als u uw personeel daartoe heeft voorzien van bijv. een computer, laptop of bureau? Waar moet u dan vooral op letten?
Helft van de werktijd is advies overheid.
Corona zorgde voor de opkomst van het thuiswerken, maar wat nu als er weer minder thuisgewerkt gaat worden? Het kabinet adviseerde eerder om maximaal de helft van de werktijd naar kantoor te gaan, als hier ten minste een afstand van anderhalve meter kan worden gehandhaafd. Maar wat betekent een en ander bijv. voor een vergoede, verstrekte of ter beschikking gestelde laptop? Welke actie moet u dan ondernemen?
Wanneer belastingvrij?
U mag gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen als deze noodzakelijk zijn voor het werk. Ook een internetabonnement valt hieronder.
Noodzakelijk voor het werk.
Of deze spullen noodzakelijk zijn voor het werk, laat de fiscus aan uw redelijke oordeel over. Wanneer er echter met behulp van deze apparatuur thuis wordt gewerkt vanwege corona, zal er weinig twijfel zijn.
Einde thuiswerken.
Als deze zaken zijn vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld, maar niet meer nodig zijn, omdat er niet meer thuis wordt gewerkt, moet de werknemer de spullen aan u teruggeven. Dat geldt ook als de werknemer uit dienst gaat. In plaats van de spullen terug te geven, kan de werknemer ook de waarde van de spullen aan u vergoeden. U mag dan uitgaan van de waarde in gebruikte staat op het moment dat de zaken worden teruggegeven.
Geheel of deels niet van belang.
Of een werknemer volledig thuiswerkt of slechts af en toe, is overigens niet van belang. Doorslaggevend is of de zaken nodig zijn voor het goed kunnen uitvoeren van de werkzaamheden.
Verzwaarde bewijslast BV en zijn DGA.
Bent u DGA, dan is het vrij makkelijk om te stellen dat bepaalde zaken noodzakelijk zijn voor het goed uitoefenen van uw dienstbetrekking. U bent immers uw eigen werkgever. Daarom geldt hierbij voor DGA’s een verzwaarde bewijslast. Dat neemt niet weg dat ook de DGA die thuiswerkt al gauw de noodzaak zal hebben om over een laptop, mobieltje of internetabonnement te beschikken.
Werkkostenregeling.
Hoeft de werknemer na het thuiswerken de spullen niet in te leveren of de restwaarde aan u te betalen, dan zijn ze belast.
Onze Tip.
U kunt er dan ook voor kiezen om dit onder te brengen in de werkkostenregeling. Ze blijven dan onbelast. U betaalt er als werkgever dan alleen 80% belasting over als u dit jaar met al uw vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen over de vrije ruimte heen schiet. Deze is overigens ook dit jaar extra verhoogd vanwege corona. Tot een loonsom van € 400.000 bedraagt de vrije ruimte 3% en over het meerdere van uw loonsom is dit 1,18%.
Inrichting werkplek.
Volgens de Arbowet bent u als werkgever ook verantwoordelijk voor de werkplek bij de werknemer thuis als deze thuis moet werken vanwege corona. Daarom kunt u ook een bureau, stoel en lampen in de werkruimte thuis belastingvrij vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen. Ook nu geldt dat wanneer de werknemer stopt met thuiswerken, hij de spullen weer terug moet geven of de restwaarde aan u moet vergoeden.
Werkt een werknemer niet meer thuis en heeft u hiervoor allerlei zaken vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld, vergeet dan niet dat hij deze weer bij u in moet leveren. U kunt hem ook de restwaarde laten betalen of dit onderbrengen in de werkkostenregeling.
Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-4550935.
Bij financieringen valt het begrip ‘positieve/negatieve hypotheekverklaring’ nog wel eens. Wat houdt zo’n verklaring nu precies in? Waar kan ik u op wijzen als u daarmee te maken krijgt?
Geldleningen.
Als iemand geld leent aan een ander, zal hij dat bedrag op enig moment terug willen krijgen. Meestal worden geldleningen van serieuze bedragen vastgelegd in een overeenkomst van geldlening. Daarin worden afspraken over rentebetalingen en aflossingen gemaakt.
Hypotheekrecht als zekerheid.
Een aspect wat bij geldleningen vaak aan de orde komt, is of er een bepaalde zekerheid voor de terugbetaling van de lening wordt gegeven. Dat kan bijv. een hypotheek op een onroerende zaak zijn.
Nadelen.
Aan het vestigen van een hypotheek zitten echter wel een paar nadelen. Partijen moeten dan verplicht naar de notaris voor een hypotheekakte en dat kost natuurlijk geld. Ook moet een hypotheekakte worden ingeschreven in het Kadaster. Er komen dus ook kadasterkosten om de hoek kijken.
Tussenoplossing
Wat partijen nog wel eens doen om deze kosten te voorkomen, is het afspreken van een positieve/negatieve hypotheekverklaring. Zeker als partijen elkaar goed kennen en het bedrag niet zo hoog is, gebeurt dat wel. Zoals de benaming al aangeeft, zitten er twee kanten aan een dergelijke verklaring.
Positief.
In de eerste plaats verplicht de geldnemer zich tegenover de geldgever om alsnog een daadwerkelijke hypotheek te vestigen als de geldgever daarom vraagt, bijv. op een woning of een bedrijfspand. Dat is het ‘positieve’ element.
Negatief.
Daarnaast verbindt de geldnemer zich jegens de geldgever om geen andere hypotheken op het betreffende pand te vestigen of dit te verkopen. Althans niet zonder de geldgever daarvan op de hoogte te brengen en zonder diens toestemming. Dit is de ‘negatieve’ kant van de verklaring.
Geen ‘harde’ zekerheid.
Het gaat hier dus niet om een concrete zekerheid, maar om een afspraak tussen partijen. Zou de geldnemer het pand toch verkopen of met een hypotheek bezwaren, dan vist de geldgever in principe achter het net.
Let op. Het is dan zaak dat een dergelijke verklaring met zorg wordt opgesteld. Daarbij kan worden gedacht aan het opnemen van een boete bij overtreding van de afspraken. Eventueel kan ook een onherroepelijke volmacht aan de geldgever worden verleend om daadwerkelijk een hypotheek te vestigen. Het nadeel daarvan is echter dat daar een notaris voor nodig is.
Een praktijkgeval
Informatieplicht.
Onlangs moest Rechtbank Noord Holland (ECLI:NL:RBNHO:2021:3288) beslissen in een zaak waarbij partijen in een akte van geldlening een (negatieve) hypotheekverklaring waren overeengekomen. Op grond daarvan moest de geldnemer de geldgever direct informeren als hij zijn woning te koop zou aanbieden. Bij overtreding daarvan zou niet alleen de geldlening direct opeisbaar worden, maar zou de geldnemer ook een boete moeten betalen.
Toch verkocht.
Op een gegeven moment verkoopt de geldnemer zijn woning, zonder de geldgever daarover te informeren. Dat was dus duidelijk in strijd met de (negatieve) hypotheekverklaring. De rechter oordeelde dat daarom inderdaad de gehele geldlening moest worden terugbetaald, maar ook dat de afgesproken boete moest worden betaald.
Tip.
De zorgvuldig opgestelde hypotheekverklaring bewees de geldgever in deze zaak dus een goede dienst. Wij helpen u graag.
Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-4550935.